Om praktijkexamen te mogen doen moet je in het bezit te zijn van het theoriecertificaat. Voor deelname aan zowel het theorie- als het praktijkexamen moet je minimaal achttien jaar zijn.
In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van +/- 25 meter.
Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan het voertuig.
Dan begint de rit. De examinator let onder meer op je beheersing van de auto, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt je op diverse examenonderdelen, zoals het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en de bijzondere verrichtingen. Daarnaast wordt per 1 april 2008 meer nadruk gelegd op het zelfstandig rijden.
Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.
Direct na afloop vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag.